Bestuursaansprakelijkheid
Bij besturen, die geen volledige rechtsbevoegdheid hebben, zijn de bestuursleden persoonlijk aansprakelijk.
Bestuursaansprakelijkheid bij vereniging
Bron: www.notaris.nl
Bij de beoordeling van mogelijke aansprakelijkheid van bestuurders staat centraal de wettelijke regel: iedere bestuurder moet zijn bestuursverantwoordelijkheid behoorlijk invullen. Uitgangspunt van de wet is een collectieve aansprakelijkheid van het bestuur, als onbehoorlijk besturen schade voor de vereniging veroorzaakt en het bestuur daarvoor een ernstig verwijt gemaakt kan worden. ( uitzondering: een bestuurslid dat in de notulen laat opnemen dat hij/zij geacht wordt tegen het besluit te zijn.) Ieder jaar moet de ledenvergadering het jaarverslag en het gevoerde beleid goedkeuren. Daarna geldt die collectieve aansprakelijkheid van het bestuur niet meer. De aansprakelijkheid tegenover derden (niet leden) ontstaat allereerst als de vereniging niet is ingeschreven in het register van de Kamer van Koophandel. Tevens – en dit vormt de belangrijkste grond voor bestuursaansprakelijkheid - kan de bestuurder tegenover een derde persoonlijk aansprakelijk zijn voor het plegen van een onrechtmatige daad of een wanprestatie, dan wel wegens misleiding. Maar dan moet de bestuurder wel vooraf geweten hebben dat de vereniging niet tot nakoming van de verplichtingen in staat zal zijn. De overige bestuurders kunnen ook worden aangesproken als gehandeld is op basis van een collectief bestuursbesluit.
Een duidelijk verschil op dit punt tussen de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid en die met beperkte rechtsbevoegdheid is, dat bij een vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid de bestuurders die de “beperkte” vereniging binden door bijv. de aanschaf van verenigingsartikelen of anderszins het ontstaan van financiële gevolgen, hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schulden van de vereniging.
Bestuurdersaansprakelijkheid bij Stichting
Bron: www.notaris.nl
Bij de beoordeling van mogelijke aansprakelijkheid van bestuurders tegenover de stichting staat centraal de wettelijke regel: iedere bestuurder moet zijn bestuurstaak behoorlijk uitoefenen. Uitgangspunt van de wet is een collectieve aansprakelijkheid van het bestuur, als onbehoorlijk besturen schade voor de stichting veroorzaakt en de bestuurder daarover een ernstig verwijt kan worden gemaakt. In geval van faillissement van de stichting zal de faillissementscurator het initiatief kunnen nemen tot aansprakelijkstelling van de [ex]bestuurders. De aansprakelijkheid van stichtingsbestuurders tegenover anderen ontstaat allereerst als de stichting niet is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Overigens zal bij de oprichting van de stichting de notaris meestal zorgdragen voor inschrijving. Tevens - en dit vormt de belangrijkste grond voor bestuurdersaansprakelijkheid - kan de bestuurder tegenover anderen persoonlijk aansprakelijk zijn voor het plegen van een onrechtmatige daad, of een wanprestatie, dan wel wegens misleiding. Maar dan moet de bestuurder wel vooraf geweten hebben dat de stichting niet tot nakoming van de door hem aangegane verplichtingen in staat zal zijn. De overige bestuursleden kunnen ook worden aangesproken als gehandeld is op basis van een collectief bestuursbesluit. De (kandidaat-)notaris kan u hierover nader kunnen informeren.
|